De landen
Australië

AustraliŽ, het kleinste continent en door sommigen ook beschouwd als het grootste eiland, bestaat grotendeels (ongeveer 3/4) uit woestijn. Enkel in het noordoosten zijn er regenwouden, die verder naar het zuiden vaak meer subtropisch dan tropisch zijn. Daar komen de meeste diersoorten voor. Ook in de dorre, hete binnenlanden komen vele soorten voor.

Aan de oostkust liggen bergketens inclusief de hoogste berg, de Mount Kosciusko, met een hoogte van 2228 meter. Andere bekende bergen en rotsen zijn: Uluru (Ayers Rock), Kata Tjuta (Mount Olga), de Devils Marbles en Wave Rock.
AustraliŽ is het laagste en vlakste continent. Een groot deel van het woestijngebied ligt net boven de zeespiegel met in het westen het Centrale Laagland en het Westelijk Plateau.
Ondanks het droge klimaat kent AustraliŽ rivieren waarvan vele een deel van het jaar helemaal droog staan. Het land heeft 2 belangrijke rivieren die het hele jaar door water bevatten: de Murray en de Darling. Er bevinden zich in het land ook meren zoals het Eyremeer, het Torrensmeer en het Gairdnermeer die meestal droog liggen.


In het binnenland zijn er naast woestijnen ook steppe- en savanneachtige gebieden waar bijvoorbeeld de kangoeroes leven. De meeste dieren van AustraliŽ, en dat geldt vooral voor de buideldieren, zijn uniek. Deze zijn een voorbeeld van adaptieve radiatie en nog vrij primitief. Vermoedelijk hadden de Australische buideldieren ooit maar een beperkt aantal voorouders. Ook bestaan er in AustraliŽ grootpoothoenders die hun eieren in hopen rottend plantenmateriaal uitbroeden en de temperatuur daarvan controleren (thermometervogels); zodra de kuikens geboren zijn, laten ze die aan hun lot over. AustraliŽ wordt in het noorden door de Timorzee, de Arafurazee, de Carpentariagolf en de Torresstraat begrenst, in het oosten door de Koraalzee en de Tasmanzee en ten zuiden door de Bass Stait en de Grote Australische Bocht. De Indische Oceaan ligt ten zuiden en westen van AustraliŽ.